blog

Halsband of tuig?

Er gaan zoveel verhalen over internet over of een halsband of een tuig nu beter is voor je hond, dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Zoveel meningen. Wat is beter? Een oplossing is er niet. Ik ben van mening dat je het per geval moet bekijken. Mijn ene hond loopt gewoon aan een halsband (zij vind een tuig echt niet fijn), de andere hond heeft een tuig. De meeste mensen kiezen pas voor een tuig als de hond veel aan de lijn trekt.

Er zijn echter wel nog een paar belangrijke zaken die meegenomen moeten worden bij de keuze van een halsband of een tuig. De nek van een hond is niet veel anders dan die van ons. Belangrijke organen zitten in de hals en alle belangrijke zenuwbanen lopen vanuit de hersenen, via de hals, naar de rest van het lijf. In de folder “Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband?” wordt heel duidelijk uiteen gezet hoe de hals van de hond anatomisch is opgebouwd en wat de mogelijke schade van een halsband kan zijn.

Dan het tuig, er is zo ontzettend veel keuze. Belangrijk is om een tuig te kiezen die goed past. Ga daarvoor naar een goede dierenspeciaalzaak en laat je voorlichten. Een tuig mag de bewegingsvrijheid van je hond niet belemmeren. Een verkeerd tuig drukt, trekt en schuurt op de verkeerde plaatsen wat veel ongemak kan opleveren voor je hond. Een tuig is geen wondermiddel waarmee bepaald gedrag (zoals trekken aan de lijn) wordt afgeleerd. Hiervoor is in elk geval training nodig.

Een hond kan zich makkelijk uit een niet goed passend tuig wurmen of ergens achter blijven hangen (denk aan een tak). Met alle gevolgen van dien.

De keuze van een halsband of tuigje voor uw hond is, in mijn ogen, afhankelijk van 2 dingen:

1. De training en eventuele gedragsproblemen die je aan wilt pakken:

Door minder druk op de hals, kan een tuig je hond helpen om zich beter te concentreren. Hierdoor kan training meer effect hebben.

2. Medische aandoeningen van uw hond:

Aandoeningen aan de rug, nek kunnen baat hebben bij een tuig. Terwijl aandoeningen aan (met name) de voorpoot er weer voor kunnen zorgen dat een tuig niet goed zit, waardoor de hond beperkt wordt in zijn bewegingen. Ook bijvoorbeeld huidaandoeningen kunnen van invloed zijn op je keuze voor een halsband of een tuig.

Stel jezelf een paar vragen

  1. Trekt je hond aan de lijn?                                                          ja/nee
  2. Traint je met je hond om dit probleem aan te pakken?       ja/nee
  3. Loopt je hond vaak los?                                                              ja/nee
  4. Waar loopt hij los?                                                                      Hondenuitlaatveld/gras/bos/strand/anders
  5. Heeft je hond medische aandoeningen waar de halsband of tuig invloed op uit kan oefenen?

In mijn ogen zijn sommige medische aandoeningen en veel en vaak loslopen in het bos redenen om niet voor een tuig te kiezen.

In een artikel op Doggo worden de verschillende type halsbanden en tuigen goed uitgelegd. Lees dit voordat je een definitieve keuze maakt.

Maar hoe train ik mijn hond zodat hij niet trekt?

Ik ga hier niet in op het trainen van je hond. Daarvoor zijn Van Vuuren Hondentrainingen en ik momenteel een les aan het ontwikkelen. Om het trekken aan de lijn te verhelpen is het belangrijk om het gewenste gedrag van de hond te versterken met behulp van een goed getimede beloning in de vorm van wat eetbaars en door het voortbewegen zelf als beloning in te zetten. Bekijk de tips op http://www.doggo.nl/artikelen/probleemgedrag/mijn-hond-trekt-aan-de-lijn/

Maar mijn hond trekt nooit aan de lijn…

Geweldig! Dat zouden we allemaal wel willen. Maar een hond blijft een dier, dus het kan zijn dat het toch een keer nodig is dat jij zelf aan de hond moet trekken, om te voorkomen dat hij wordt overreden of als hij schrikt en hij de weg op wil rennen. Bedenk dan wat voor impact dat heeft op de hals. Zou je dat bij een kind ook doen? Bij ons zou dat kunnen leiden tot een whiplash met langdurige gevolgen. Zou je dat niet liever willen voorkomen?

Mijn voorkeur gaat over het algemeen uit naar een tuig. Je hebt meer controle over je hond. Het is een heel goed hulpmiddel om een hond het trekken af te leren. Een tuig is ook ideaal als je hond een beetje hulp nodig heeft tijdens de wandelingen, denk hierbij aan de ouder wordende hond.

Is een tuig dan geschikt voor iedere hond?  

4_2

Hoewel er geen reden is om een hond niet aan een tuig uit te laten, zijn er soms honden die een hekel hebben aan het gevoel van een tuig en zij hebben vaak meer tijd nodig om aan een tuig te wennen. Ook honden die veel loslopen in bosrijke omgeving zijn misschien beter af met een halsband. Als u van plan bent over te gaan op het gebruik van een tuig dan is zo vroeg mogelijk beginnen de beste optie. En zorg voor een goed passend tuig!

Tot slot nog dit…

Er begint inmiddels ook een hele discussie los te barsten over het gebruik van de jachtlijn. Een jachtlijn is eigenlijk de simpelste manier om je hond aan te lijnen: het is een lijn die eindigt in een lus en die lus leg je om de nek van je hond. Let wel op: bij een goede jachtlijn zitten er twee zogenaamde ‘stops’ aan de lijn en deze stops moeten goed zijn afgesteld om van een jachtlijn een hondvriendelijke aanlijnmethode te maken.

In mijn ogen is het een vorm van slipketting. Makkelijk voor de eigenaar, maar erg onprettig voor de hond. Je zou makkelijk een  onaangename pijnprikkel toe kunnen dienen in de nek van de hond om zo een correctie uit te voeren en ongewenst gedrag af te leren. Dit idee past niet meer in de huidige opvatting van hoe gedrag ontstaat en hoe honden leren. Een hond wordt hier onzeker en gestrest van. Dit leidt tot spanningen in het lijf en daardoor ontstaat er veel eerder letsel in de hals. Dit merk je misschien niet meteen, maar kan over tijd ontstaan.

Met dit artikel wil ik niet alle voor- en nadelen van de halsband, tuig en jachtlijn bespreken. Daar is denk ik al genoeg over te vinden op het internet. Ik heb geprobeerd wat basis informatie bij elkaar te verzamelen zodat je zelf een afweging kan maken. Meer informatie, afbeeldingen en gratis posters over dit onderwerp kan je vinden op: Freedogz

Groeipijnen en massage

Groei van de hond

De groei van het skelet is compleet als de groeischijven zijn vergroeid. Het skelet voltooid zijn vergroeiing in een vaste volgorde en op een redelijk vaste leeftijd.

  • Vanaf de leeftijd van 3-8 maanden begint het sluiten van de groeischijven met het volgroeien van de hak
  • en op de leeftijd van 12-24 maanden sluiten de groeischijven van de bekkenkam.

Het skelet is pas volledig belastbaar als alle groeischijven zich hebben gesloten en het skelet dus helemaal is uitgegroeid.

Soms zijn er obstakels onderweg naar volwassenheid. Ondanks al je goede zorgen en je voorzorgsmaatregelen kan het toch gebeuren dat je hond last van zijn lichaam krijgt.

Reacties waaraan je kunt merken dat je pup fysiek ongemak ervaart zijn bijvoorbeeld:

  • hij weigert ineens om een bepaalde beweging te maken,
  • hij wil niet meer over zijn rug geaaid worden
  • of zijn gedrag verandert.

Zie je klachten aan je pup, wacht dan niet te lang met het bezoeken van een dierenarts, fysiotherapeut, gedragstherapeut of osteopaat.

Groeipijnen

Groeipijn bij de hond of met een mooi woord “enostosis” is een aandoening die we vooral bij de middelgrote en grote, snel groeiende rassen zien, vooral in de lange botten – humerus, ulna, radius, fibula en tibia. We zien de problemen meestal bij honden van ½ tot 1½ jaar oud, in een heel enkel geval zelfs tot wel 2 jaar oud.

Wat zijn groeipijnen precies?

Bij de jonge honden van snelgroeiende rassen maken de lange beenderen van de poten een enorme groeispurt door. Een voedingskanaal van het beenmerg kan die groei niet helemaal bijbenen en wordt daardoor te nauw. De bloedvaten die door het voedingskanaal lopen worden daardoor iets vernauwd waardoor stuwing in het beenmerg en vochtophoping onder het beenvlies optreedt. Dit is voor de hond erg pijnlijk en is verantwoordelijk voor de zogenaamde “groeipijn”. 

Welke symptomen zie ik bij groeipijnen?

Het meest duidelijke symptoom is kreupelheid die dan weer aan de ene poot dan weer aan de andere poot het meest erg is. Overigens is het ook mogelijk dat de hond steeds met dezelfde poot kreupel loopt. Wat je ook vaak ziet is dat de hond alleen maar slomer en/of wat pieperig is.

De diagnose kan gesteld worden dmv röntgenfoto’s.

Groeipijnen gaan uiteindelijk vanzelf over met het ouder worden van de hond. Echter is de pijn voor de hond erg vervelend. Hierdoor gaat de hond vaak minder bewegen en gaat steeds slechter lopen. In ernstige gevallen kan een hond nog maar heel weinig willen bewegen. De dierenarts behandelt groeipijnen meestal met pijnstillers en rust. En dat is dan ook hard nodig. Naast  de  reguliere  behandeling  met  pijnstillers, zijn  er  ook  andere  mogelijkheden  om  de pijn te verzachten. Denk aan natuurlijke middelen en massage.

Massage werkt pijnstillend en is daarom ook voor deze honden aan te bevelen. Met massage kun je die vicieuze cirkel doorbreken en pezen en spieren losmaken zodat ze weer beter gaan werken.

Daarnaast is een passend bewegingsadvies ook heel belangrijk om overbelasting te voorkomen. Samenwerken met een osteopaat of fysiotherapeut is ernstige gevallen aan te raden.

Massage bij groeipijnen

Hoe kan therapeutische massage helpen bij groeipijnen? Massage verbetert de bloedsomloop waardoor de cellen beter worden gevoed en het natuurlijke genezingsproces van het lichaam wordt versneld. Ook zorgt de verbeterde doorbloeding dat er makkelijker nieuwe bouwstoffen naar de cellen gaat, en dat helpt de groei op een natuurlijke manier te ondersteunen. De spiertonus verandert als gevolg van de pijn. Ofwel de spieren komen ‘strakker’ te staan. Dit levert weer extra ongemak op bij de hond. Met massage verminder je deze spiertonus en zorg je voor meer balans. Massage, gecombineerd met balans en coördinatie oefeningen, verbetert het lichaamsbewust zijn van je pup. Dit zorgt ervoor dat je hond geen verkeerd gangwerk of bewegingen aanleert als gevolg van overcompensatie.

Zelf masseren

Wees voorzichtig met massage op de aangetaste poot omdat elke druk op het getroffen bot erg pijnlijk is. De rest van het lichaam kan normaal gesproken worden gemasseerd. Massage bij pijn is altijd heel zacht. Hieronder worden een paar technieken uitgelegd die je kan inzetten bij groeipijnen. Werk vanaf de schouder/bekken naar de tenen. En werk zacht! Het is altijd erg belangrijk om goed naar de signalen van de hond te blijven kijken.

Strijking (Effleurage) is een zachte lange, langzame strijkingen met je handen, te beginnen bij het hoofd van de pup en helemaal tot aan de staart en voeten. Deze techniek helpt de doorbloeding maar bevordert ook de ontspanning. Begin met een lichte druk en bouw de druk langzaam iets op.

Vingertop massage maak met de toppen van je vingers kleine, cirkelvormige patronen om de spieren onder de huid te bewegen. Druk niet direct op het bot. Plaats je vingertoppen aan weerszijde van de ruggengraat. Deze massage helpt om stijve spieren en weefsels los te maken.

Lemniscaat

Je begint de strijking bij het bovenste rondje van de 8 en je maakt een beweging met de klok mee. Het onderste rondje volgt daarna tegen de klok in. Je kunt deze strijkingen op het gehele lichaam toepassen. Met grote lemniscaten leg je verbindingen tussen de verschillende lichaamsdelen, met kleine lemniscaten werk je lokaal, bijvoorbeeld op en rond de gewrichten. Deze techniek kan je met je vingertoppen of met je hele hand uitvoeren.

Voeding bij groeipijnen

Snelle groei en voeding met een hoog eiwit / hoog calcium gehalte kan invloed hebben op de groei en groeipijnen.  De groei kan je inperken door over te gaan op een voer speciaal ontwikkeld voor jonge honden van grote rassen.  Een van de oorzaken van het ontstaan van groeipijnen is een te veel aan Calcium in de voeding. De juiste Calcium-Fosfor verhouding is dus heel belangrijk. Raadpleeg je dierenarts of voedingsdeskundige voor dieetadvies bij groeipijnen.

Sommige honden met groeipijn hebben een slechte eetlust; in deze gevallen is het belangrijk om ervoor te zorgen dat ze een goed evenwichtig en smakelijk dieet krijgen. In sommige gevallen kunnen supplementen zoals omega vetzuren of antioxidanten zoals vitamine C nuttig zijn. Ook hiervoor advies inwinnen bij een specialist.

Tot slot

Op zich is deze aandoening dus onschuldig, ware het niet dat deze jonge snel groeiende honden door de pijn ‘verkeerde’ bewegingspatronen aanleren. Dit kan resulteren in overcompensatie van andere ledematen. Raadpleeg alstublieft je dierenarts als je pup steeds een van de hierboven genoemde symptomen vertoont. Voor meer informatie over massage bij groeipijnen, kan je contact opnemen met KynoFlow – hondenmassage.

5 tips om spierblessure te voorkomen

Als masseur zie ik heel veel verschillende honden; grote honden, kleine honden, honden van alle rassen en alle leeftijden. Massage kan nodig zijn voor een scala van onderwerpen, zoals:

  • Spierletsel – een spierverrekking of triggerpoint waardoor de hond mank gaat lopen,
  • een orthopedisch aandoening – zoals artrose, heupdysplasie of elleboog dysplasie,
  • of om het herstel na een operatie (bijvoorbeeld kruisband operatie) te helpen versnellen.

Hier zijn 5 tips voor alle hondenbezitters om het risico op spierblessure zoveel mogelijk te beperken

1.  Vermijd gladde vloeren

banner-dogs2Gladde vloeren veroorzaken veel spierletsel bij honden, vooral bij opgroeiende honden. Als het buiten glad is door sneeuw of ijzel lopen wij ook voorzichtiger. Onze gladde vloeren thuis zijn voor honden net ijsbanen. Met een groot verschil, een hond heeft het van te voren vaak niet door dat de vloer glad is.  Als honden op gladde vloeren lopen of rennen en ze glijden uit of slippen de hoek om veroorzaakt dit spierspanning.

Zorg in ieder geval voor matten, zodat uw hond meer grip heeft. Leg deze vooral op plaatsen waar uw hond de hoek op gaat en op de grote oppervlakten.

2. Hondenmanden 

beagle-laying-on-the-grassAls je hond vaak of langdurig op dezelfde plek ligt, zorg er dan voor dan hij niet in een te kleine ruimte ligt. De wervelkolom en de spieren van de hond worden dan langere tijd in dezelfde positie gehouden en dit kan leiden tot letsel. Belangrijk is dat je hond zit volledig uit kan strekken.

 

 

3. Eerst wandelen

Warme spieren lopen minder kans op letsel. Dus voordat u uw hond laat rennen, los laat in het bos of gaat sporten, loop dan eerst zo’n 10 minuten met de hond aan de lijn om de spieren goed op te warmen. Elke goede sporter zorgt eerst voor een goede warming up, dus waarom niet voor onze hond.

 4. Balletje gooien 

dog-with-ball-1353153Je hond vindt dit waarschijnlijk een erg leuk spel en kan er geen genoeg van krijgen. Maar een spierblessure loert om de hoek, vooral als je je hond niet eerst goed opgewarmd hebt!

Over de afstand dat jij de bal gooit bouwt de hond een flinke snelheid op. Dit zet veel kracht op zijn  spieren, vooral tijdens het remmen om de bal te pakken. De bal kan ook nog een andere kant op stuiteren. Dit betekent dat je hond ook van richting en snelheid moet veranderen en dit verhoogt het risico op spierletsel.

 

 

5. Herkennen van spierblessures

Honden zijn van nature veerkrachtig en goed in het verbergen van hun verwondingen. Als eigenaren zich bewust zijn van de tekenen van een mogelijk spierletsel, kunnen ze het probleem eerder tackelen. Door het op tijd te behandelen voorkom je blessures door overcompensatie en hersteld de gewonde spier sneller.

Let op de volgende tekens:

  • Pijn reactie – janken, ongemak, terughoudendheid bij het aanraken
  • Mobiliteitsproblemen – kreupelheid, mank, stijfheid of niet ten volle gewicht-dragende
  • Fysieke problemen – vertragen, moeite met traplopen,  op/van de bank springen, in/uit de auto springen

Enkele minder voor de hand liggende tekens zijn onder meer:

  • Verandering in gedrag of de persoonlijkheid bijvoorbeeld dat je hond ‘down’ is
  • Spiertrekkingen in de rug, trillende huid
  • Onregelmatigheden in de houding van je hond – bolle of holle wervelkolom
  • Onregelmatig pas – scheeflopen of lopen in telgang
Bron: Canine Massage Guild, Jenny Youdan

5 elementen van elk oefenprogramma

Beweging is voor elke hond belangrijk. Met simpele oefeningen tijdens de wandeling kun je de fitheid van je hond nog meer verbeteren. Als je dit doelgericht aanpakt kan je met behulp van de 5 elementen leuk samen bezig zijn én ben je er zeker van dat je hond alle tien aspecten* die belangrijk zijn voor zijn gezondheid verbetert. Voor honden die actief in de sport zijn, helpen deze oefeningen bovendien bij het voorkomen van blessures.

De 5 elementen voor een uitgebalanceerd programma

De 5 belangrijke elementen van elk trainingsprogramma zijn:
• kracht
• corestabiliteit
• proprioceptie
• uithoudingsvermogen
• flexibiliteit
En als zesde element mag je daar van mij ook nog metaal welzijn aan toevoegen.

1